Debat

Vanuit de wereld der ontwikkelingswerkers is boos gereageerd op de promotie van Wiet Janssen, ze waren het hevig met hem oneens. De Universiteit Twente zag daarin echter geen belemmeringen en liet Janssen gewoon promoveren. De promovendus zelf beloofde een taart aan ieder die met steekhoudende kritiek zou komen.

De Nijmeegse hoogleraar Paul Hoebink pakte die handschoen op en somt hier zijn bezwaren op tegen het proefschrift. Janssen ziet daarin geen aanleiding om naar de banketbakker te gaan (zie hier).

De complete promotie van Janssen staat overigens hier.

Hier is de website van Wiet Janssen

Hier staat een printvriendelijke versie van het verhaal hiernaast (32 pagina’s a4).

———————————————————————————————————

VII De grote hoeveelheid hulp aan Afrika veroorzaakt een overwaardering van de lokale munt waardoor landbouw en industrie niet k

De waarde van de lokale munt stijgt als landen veel geld in buitenlandse valuta ontvangen, bijvoorbeeld als gevolg van olie export. Met als gevolg dat het prijsniveau hoger wordt en lokale bedrijven niet meer kunnen concurreren met buitenlandse ondernemingen (Moss, Pettersson en van de Walle 2006), en de economische groei wordt geremd. Dit effect staat bekend als ‘Dutch disease’.

Het verschijnsel ‘Dutch disease’, ofwel Nederlandse ziekte, heet zo omdat het voor het eerst serieus werd onderzocht toen Nederland in de jaren zestig startte met het exporteren van gas (Mearns 2007). De stijging van de gulden veroorzaakte problemen in de mijnbouw en de textielindustrie (SER 1988). De ontwikkelingshulp heeft eenzelfde effect. Omdat de omvang van de economie in arme landen gering is, is de hulp als percentage van het bruto binnenlands product (BBP) al gauw groot, in veel Afrikaanse landen meer dan 10 procent (zie hoofdstuk 5). Daardoor is het prijsniveau er relatief hoog. Het prijsniveau in een land wordt bepaald ten opzichte van dat in de VS. Als het prijspeil bijvoorbeeld 0,5 is dan zijn de goederen en diensten er gemiddeld half zo duur als in de VS. In ontwikkelingslanden is de productiviteit laag (zie de grafiek van de graanopbrengst, hoofdstuk 1) en om toch te kunnen concurreren moet het prijspeil er veel lager zijn dan in de VS. Dus hoe armer het land, hoe lager het prijspeil. Onderstaande tabel toont voor verschillende wereldregio’s het bruto nationaal inkomen (BNI) [4] per inwoner in koopkracht (KK, dus gecorrigeerd voor prijspeil), het prijspeil, en de groei van het BNI per inwoner.

  

 Prijspeil en groei per wereldregio, 2006 (Wereld Bank 2008, VN 2007)
 Regio  BNI / Inw. KK, $, 2006 (WB)
 Prijspeil 2006 (WB)
 Groei BNI/inw. KK, %, 1990-2005 (VN)
 Su-Sahara Afrika
 1842  0.49  0.5
 Zuid-Azië
 2289  0.34  3.4
 Oost-Azië
 4359  0.43  5.8
 Latijns Amerika
 8682  0.55  1.2
 Rijke landen
 34933  1.05  1.8


De tabel bevestigt dat het prijsniveau hoger ligt naarmate de regio’s rijker zijn. Alleen Afrika valt uit de toon. Het prijspeil is er hoger dan in Zuid-Azië en zelfs hoger dan in Oost-Azië, terwijl het inkomen en dus de waarde van de geproduceerde goederen en diensten per inwoner (BNI/hoofd KK) in Afrika veel lager is. Dus een Afrikaanse producent heeft hogere kosten en produceert ook nog eens minder per gewerkt uur dan zijn collega’s in Zuid- en Oost-Azië. Daardoor kunnen in Afrika de industrie en de landbouw niet concurreren. Vandaar ook de lage economische groei. Wat de landbouw betreft wordt het effect nog versterkt door de landbouwsubsidies in de rijke landen, zie de figuur (OECD 2008).

 Landbouwsubsidies
 Subsidies aan producenten van landbouwproducten als percentage van de bruto bedrijfsinkomsten
 Voedselimporten
 Aandeel van de voedselimport (voedselhulp niet meegerekend) in de totale voedselconsumptie in de ontwikkelingslanden. 1970-2001 (FAO)
 Maakindustrie
 Averechts effect van de hulp op de ontwikkeling van de maakindustrie. (Rajan & Subramanian, logaritmische schaal.

Subsidies aan producenten van landbouwproducten als percentage van de bruto bedrijfsinkomsten (OECD) De subsidies drukken wereldwijd de prijzen van landbouwproducten. De hoge prijzen in 2007 waren van voorbijgaande aard. Omdat er in Afrika door het hoge prijsniveau met landbouw bijna niets valt te verdienen, produceren de kleine boeren niet meer dan ze voor eigen consumptie nodig hebben (Djurfeldt, Holmén en Jirström 2005). Daardoor is de landbouwproductie achtergebleven. Veel ontwikkelingslanden, en bijna alle landen in Afrika, zijn genoodzaakt voedsel te importeren (FAO 2004), zie figuur. Aandeel van de voedsel import (voedselhulp niet meegerekend) in de totale voedsel consumptie in de ontwikkelingslanden, 1970 - 2001 (FAO) Rajan en Subramanian (2006) deden in een groot aantal landen onderzoek naar het effect van de hulp op het prijsniveau en op de ontwikkeling van de maakindustrie. Ze toonden een duidelijke samenhang aan tussen hulp en industriële ontwikkeling, zie diagram. Een toename van de hulp (als percentage van het BBP [5]) met één procentpunt remt de ontwikkeling van de maakindustrie met gemiddeld 0,45 procentpunten. Dus indien zonder hulp de maakindustrie in een land zou groeien met bijvoorbeeld 4,5 procent dan zorgt, gemiddeld genomen, hulp ter grootte van 10 procent van het BBP ervoor dat er geen groei plaats vindt. Tekstvak:  Het is juist de maakindustrie die banen en inkomens voor de armen kan creëren. De ontwikkeling van China laat dat duidelijk zien. Via het Dutch disease effect zorgt de grote hoeveelheid hulp aan Afrika ervoor dat de ontwikkeling wordt afgeremd. Afrika’s aandeel in de export van producten van de maakindustrie (exclusief de Republiek Zuid Afrika) is slechts ongeveer 1 procent van het wereld totaal (VN 2008, p 38).

Samenvattend : De grote hoeveelheid hulp aan Afrika veroorzaakt een relatief hoge waarde van de munt in de Afrikaanse landen en een hoog prijspeil (‘Dutch disease’). Daardoor kunnen lokale ondernemingen en boeren niet concurreren tegen importen en op exportmarkten. Bovendien drukken de landbouwsubsidies van de westerse landen de prijzen van voedselproducten op de wereldmarkt, wat de concurrentie voor de Afrikaanse boeren nog moeilijker maakt. Landbouw en industrie komen daarom in Afrika niet van de grond. De hulp aan Afrika houdt de armoede dus in stand.

  

  

Nieuw commentaar posten

De inhoud van dit veld is privé en zal niet publiekelijk getoond worden.

Referenties

(De datum bij een website geeft aan wanneer deze geraadpleegd is)

Aditjondro G.J.(2000): Chopping the global tentacles of the Soeharto oligarchy–clan, presentation at the conference ‘Towards democracy in Indonesia’, University of Auckland, 1 April 2000 Ahmad M.M.(2004): The state, laws and non-governmental organisations (NGOs) in Bangladesh, Washington: The international journal of not-for-profit law, Volume 3, Issue 3, March 2001 Anderson M.S.(1972): The ascendancy of Europe, Harlow: Pearson Longman 2003 [6] Barro R.J (1999): Determinants of economic growth, Cambridge MA: MIT Press, second edition BBC News (2003): Public inquiry into Kenya gold scam, 14-03-2003, http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/2851519.stm (22-05-2007) Bergmann H. (2002): Practical subjects in basic education - relevance at last or second rate education? Lessons from 40 years of experience, GTZ/FAO, Eschborn: Deutsche Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit,December 2002 http://www.fao.org/sd/2003/KN0402a_en.htm (17-10-2006) Berkman, S. (2008): The World Bank and the gods of lending, Sterling: Kumarion Press, quoted in NRC Handelsblad, Rotterdam 07-06-2008 Bräutigam D. (2001): Aid Dependence and governance, American University, Stockholm: Almqvist & Wiksell International Bräutigam D., S. Knack (2004): Foreign aid, institutions, and governance in sub-Saharan Africa, Economic Development and Cultural Change, 52, January 2004, Chicago: University of Chicago Press Briend A, K.Z. Hasan, K.M.A. Aziz, B.A. Hoque (1989): Are diarrhoea control programs likely to reduce childhood malnutrition - Observations from rural Bangladesh, The Lancet 1989, 2: 319–322 Brinkerhoff W., A. Goldsmith (2002): Clientelism, patrimonialism and democratic governance, ABT/USAID, Cambridge MA: Abt Associates Chakrabarty A. (2007): Ontwikkelingsgeld of weggegooid geld, Rotterdam: NRC 01-09-2007 Cremer, G. (2000):Korruption begrenzen, Praxisfeld Entwicklungspolitik (Limiting corruption - practical experience from development cooperation), in D.R. Gothe: Donor responsibility and the diversion of aid money, D+C Development and Cooperation No. 2, 2002, p. 26 – 27 Djojohadikusumo S. (1994): Reports of corruption shock house of representatives, Jakarta: Jakarta Post, 07-01-1994 Djurfeldt G., H. Holmén, M. Jirström (2005): Addressing food crisis in Africa, Stockholm: SIDA Easterly W. (2003): Can foreign aid buy growth? Pittsburgh: Journal of Economic Perspectives, Vol 17 No. 3, p 23-48 Emmerson, D.K.(1999): Indonesia beyond Suharto, Armonk: Sharpe Evans P.B (1995): Embedded autonomy: states and industrial transformation, New Jersey: Princeton university press FAO (2004): The state of agricultural commodity markets 2004, Rome ftp://ftp.fao.org/docrep/fao/007/y5419e/y5419e00.pdf (28-01-2009) Fleischer D. (1995): Attempts at corruption control in Brazil: congressional investigations and strengthening internal control, Washington: Political Science Association Freeman T., S. Dohoo Faure (2003): Local solutions to global challenges: towards effective partnership in basic education, final report, The Hague: MFA, www.euforic.org/iob (28-03-2006) Gibson M.A., R. Mace (2006): An energy-saving development initiative increases birth rate and childhood malnutrition in rural Ethiopia, PLoS Medicine, 2006 Vol. 3, No. 4, e87, Cambridge UK, p 0476 – 0484 GTZ (2009): Förderung der Nachhaltigkeit einer unternehmensorientierten alternierenden Berufsausbildung, Eschborn http://www.gtz.de/de/praxis/6508.htm (02-06-2009) IOB (2007): Het Nederlandse Afrikabeleid 1998-2006, Den Haag: Ministerie van Buitenlandse Zaken Kaufman R.R (1974): The patron-client concept and macro-politics: prospects and problems, Comparative Studies in Society and History, 1974, 16(3), p 284-308 Knack S. (1999): Aid dependency and quality of governance, an empirical analysis, Maryland: IRIS, University of Maryland Kraft R. (2003): Primary Education in Ghana, Accra: USAID Lawson K. et. al. (1980): Political parties and linkage, a comparative perspective, International Journal of Comparative Sociology Vol. 24, No. 3-4, 279 Mearns E. (2007): The European gas market, figure 7 http://www.321energy.com/editorials/mearns/mearns121307.html (27-10-2008) Measure DHS (2006): http://www.measuredhs.com/aboutsurveys/search/search_survey_ main.cfm?SrvyTp=type&listtypes=1 (27-12-2008) Ministerie van Buitenlandse Zaken (2006): Water and sanitation project, Dhaka: Dutch embassy Bangladesh http://www.netherlandsembassydhaka.org/basic_ education.html 13-10-2006) Moore B. (1966): Social origins of dictatorship and democracy: lord and peasant in the making of the modern world, Boston: Beacon press Moss T., G. Pettersson, N. van de Walle (2006): An aid-institutions paradox? A review essay on aid dependency and state building in sub-Saharan Africa, CGD Working Paper 74, Washington: CGD Moyo, D. (2009): Dead aid, destroying the biggest global myth of our time, New York: Farrar: Straus and Giroux O’Donnell, G. (1996): Illusions about consolidation, Journal of Democracy 1996 7- 2, p 34-51 OECD (2008): Agricultural support estimates, Factbook 2008, Paris http://fiordiliji.sourceoecd.org/pdf/factbook2008/302008011e-10-03-01.pd... (02-02-2009) Oxfam-Novib (2007): Partnerplan Bangladesh, Den Haag http://www.oxfamnovib.nl/id.html?id=9713 (16-06-2008) Pearce J. (2002): IMF: Angola’s missing millions, BBC News 18-10-2002 http://news.bbc.co.uk/2/hi/africa/2338669.stm (03-08-2006) Phongpaicht P., S. Piriyarangsan (1994): Corruption and democracy in Thailand, Bangkok: The Political Economy Centre, Chulalongkorn Univerisity Poskitt E.M.E., T.J. Cole, R.G. Whitehead, L.T. Weaver (1999): Less diarrhoea but no change in growth: 15 years’ data from three Gambian villages, Arch Dis Child, 80: 115–120 Rajan G., A. Subramanian (2006): Aid, Dutch disease, and manufacturing growth, Cambridge MA: NBER Working Paper SER (1988): Advies sociaal-economisch beleid op middellange termijn 1988-1992, Den Haag http://www.ser.nl/~/media/DB_Adviezen/1980_1989/1988/b09343.ashx (02-06-2009) Svensson J. (2005): Eight questions about corruption, Journal of Economic Perspectives 2005 Vol 19 No 3, p 19-42, http://www1.worldbank.org/publicsector/anticorrupt/Svensson%20Eight%20Qu...(JEP%20Vol%2019,%20No%203%202005).pdf (09-06-2007) TADREG (1993): Parents’ attitudes and strategies towards education in rural Tanzania, final report, Dar es Salaam 1993, quoted in Burke K.,K. Beegle: Why children aren’t attending school, the case of North-western Tanzania, Journal of African Economies, vol 13 No 2, p 333-355 Transparency International (2000): Corruption Perceptions Index 2000 http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi (25-11-2008) Transparency International (2005): Global corruption report 2004, London: Pluto Press Transparency International (2007): Corruption Perceptions Index 2007 http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi (25-11-2008) Transparency International, Graf Lambsdorff, J (1997): The Corruption Perception Index (CPI) 1997, Universität Göttingen http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi/previous... (02-06-2009) UNESCO (2009): EFA Global monitoring report, Fontenoy: UNESCO http://www.unesco.org/en/efareport Veen, R. van der (2002): Afrika, van de koude oorlog naar de 21ste eeuw, Amsterdam: Aksant VN (1998): The state of the world’s children, New York: UNICEF http://www.unicef.org/sowc98/sowc98.pdf (05-02-2009) VN (2003): Human Development Report 2003, New York http://hdr.undp.org/en/reports/global/hdr2003/ (29-03-2008) VN (2005a): Human Development Report 2005, New York http://hdr.undp.org/en/reports/global/hdr2005/ (01-02-2009) VN (2007): Human Development Report 2007-2008, New York http://hdr.undp.org/en/reports/global/hdr2007-2008/ VN (2008): Economic development in Africa 2008, Export performance following trade liberalization, UNCTAD, New York and Geneva Wade, R. (1982): The system of administrative and political corruption: canal irrigation in south India, The Journal of Development Studies 18,no.3 (287-328) Wereld Bank (2008): World Development Indicators 2008, Washington WHO (2006a): Child growth standards: methods and development, Geneva WHO (2006b): Causes of death among children under 5 years of age, WHO health statistics 2006, Geneva p 22-29 http://www.who.int/whosis/whostat2006.pdf (19-08-2007) WHO (2006c): Global database on child growth and malnutrition, Geneva www.who.int/gdgm/p-child_pdf/ (20-12-2006) Winters J.A.(2000): Criminal debt in the Indonesian context; Evanston: Center for International and Comparative Studies, Northwestern University July 3/2000 Wittenberg D., J. Banning (2005): Het gezicht van de armoede (The face of poverty), NRC Monthly Magazine, Rotterdam 09-2005 [1] Voor de verwijzingen zie de lijst achterin [2] Met Afrika wordt hier het gebied ten zuiden van de Sahara bedoeld [3] Eigen ervaring van de auteur en collega’s in een groot aantal projecten [4] BBP, bruto binnenlands product, is de totale waarde van de goederen en diensten geproduceerd in een land, ook voor zover die eigendom zijn van bedrijven of personen in het buitenland. BNI is BBP gecorrigeerd voor internationale geldoverboekingen en afschrijving van productiemiddelen [5] BBP, bruto binnenlands product, is de totale waarde van de goederen en diensten geproduceerd in een land, ook voor zover die eigendom zijn van bedrijven of personen in het buitenland. [6] Herdrukt