Debat

Vanuit de wereld der ontwikkelingswerkers is boos gereageerd op de promotie van Wiet Janssen, ze waren het hevig met hem oneens. De Universiteit Twente zag daarin echter geen belemmeringen en liet Janssen gewoon promoveren. De promovendus zelf beloofde een taart aan ieder die met steekhoudende kritiek zou komen.

De Nijmeegse hoogleraar Paul Hoebink pakte die handschoen op en somt hier zijn bezwaren op tegen het proefschrift. Janssen ziet daarin geen aanleiding om naar de banketbakker te gaan (zie hier).

De complete promotie van Janssen staat overigens hier.

Hier is de website van Wiet Janssen

Hier staat een printvriendelijke versie van het verhaal hiernaast (32 pagina’s a4).

———————————————————————————————————

VI Een derde van de staatsfondsen in de ontwikkelingslanden raakt zoek door corruptie

In ontwikkelingslanden gaat grofweg een derde deel van de staatsfondsen en de ontwikkelingshulp op aan corruptie. Van de Nederlandse hulp van bijna € 5 miljard per jaar gaat dus ruim € 1,5 miljard verloren. Van de totale internationale hulp van $ 100 miljard verdwijnt zo’n $ 30 miljard.

Corruptie in ontwikkelingslanden, voorbeelden en percentages:

• Volgens Berkman, hoofd van de afdeling corruptieonderzoek van de Wereld Bank, gaat 30-40% van de leningen van de Wereldbank verloren door corruptie (Berkman 2008).

• Volgens economisch adviseur van de Indonesische regering Djojohadikusumo, is het effect van de Indonesische overheidsinvesteringen 30% lager dan het zou moeten zijn, en ‘daar is geen verklaring voor’ (Djojohadikusumo, Jakarta Post 07-01-1994).

• In een studie naar de corruptie in Peru concludeerde het United Nations Asia and Far East Institute for the Prevention of Crime and the Treatment of Offenders (UNAFEI), dat overheidsmedewerkers de kosten van investeringen via pensioenfondsen 25% te hoog hadden gerapporteerd, en de kosten van de aanschaf van regeringsvliegtuigen 30%. Het verschil was zoek (VN 2005b).

• Wade, professor aan de London School of Economics, vond dat in een grootschalig irrigatieproject in Zuid India 20-50% van de fondsen verdween (Wade 1982).

• Uit een studie van Phongpaicht and Piriyarangsan, professoren aan Chulalongkorn University Bangkok, bleek dat in infrastructuur projecten in Thailand 20-40% van de projectkosten bestonden uit smeergeld (Phongpaicht and Piriyarangsan 1994).

• Fleischer, professor aan de Universiteit van Brasilia, stelde vast dat in Brazilië bij overheidscontracten 30-50% van de gelden verdween (Fleischer 1995).

• Professor Georg Cremer, secretaris generaal van Caritas International Germany, een grote katholieke liefdadigheidsinstelling, schat dat in Caritas projecten 20-30 % van de fondsen door corruptie verdwijnt (Cremer 2000).

De volgende voorbeelden zijn gebaseerd op eigen ervaringen van de auteur:

• In 2006 schatten Nigeriaanse ambtenaren op stedelijk niveau dat van de regeringsfondsen voor watervoorziening slechts 40% werkelijk gebruikt werden voor watervoorziening. De corruptie bedroeg dus 60% van het budget.

• In 1994 werkte de auteur in Indonesië als adviseur in een stedelijk infrastructuur project, omvang $ 140 miljoen, gefinancierd door de Aziatische Ontwikkelingsbank. De lokale manager legde uit dat in alle overheidscontracten in Indonesië een derde van de fondsen verdween. 10% was voor de president en zijn familie, de betrokken minister, zijn ambtenaren; 10% voor de gouverneur van de provincie en de ambtenaren op provinciaal niveau; 10% voor de burgemeester en de ambtenaren op stedelijk niveau; en 3% ging naar de aanbestedingscommissies en de project manager.

• In 2000 vertelde een Nederlandse leverancier van apparatuur voor watervoorzieningsprojecten in Afrikaanse landen, dat hij om een opdracht te krijgen gewoonlijk 35% op de prijs moest zetten voor smeergeld.

De vroegere Filippijnse president Marcos liet zo’n $ 35 miljard verdwijnen Nog een paar voorbeelden ter illustratie van de corruptie: in het begin van de jaren negentig legden hoge politici in Kenia de hand op $ 1 miljard door fraude met gefingeerde exporttransacties (BBC news 2003). In Angola verdwijnt het grootste deel van de olieopbrengsten, alleen in 2001 al $ 1 miljard (Pearce 2002). De vroegere president van Zaïre, Mobutu, verduisterde tijdens zijn presidentschap $ 5 miljard (Svensson 2005). Marcos, de vroegere president van de Filippijnen liet zo’n $ 35 miljard verdwijnen (Transparency International 2005). De fondsen die werden weggesluisd door de vroegere president van Indonesië, Suharto, worden geschat op $ 10 miljard, maar als familie en protégés worden meegeteld gaat het om zo’n $ 100 miljard. Hij verzekerde zich van de steun van het leger door hoge militairen te helpen bedrijven op te zetten. ‘Bijklussende’ militairen bezitten tientallen grote ondernemingen, bijvoorbeeld een communicatie satelliet, een visserijvloot en een houtkap firma (Aditjondro 2000).

Het geld verdwijnt zonder dat het te traceren is
Om de sympathie van het volk niet helemaal te verliezen en de donoren niet in verlegenheid te brengen wordt de corruptie meestal zorgvuldig geheimgehouden. Volgens medewerkers van de Wereld Bank zijn hun accountants niet in staat de onregelmatigheden vast te stellen. De accountants controleren of de boeken voldoen aan de internationale standaarden voor financiële verslaggeving, en normaal gesproken voldoen die daaraan. Maar of de cijfers zélf wel juist zijn kunnen ze niet vaststellen (Winters 2000). Het basisprincipe waarmee binnen de overheid duistere financiële transacties verborgen worden gehouden is als volgt. Overheidsinkomsten -bijvoorbeeld belastingen en betalingen voor water en elektriciteit- worden ondergerapporteerd. Er blijft dus geld over dat er officieel helemaal niet is. Dat geld wordt weggesluisd. Overheidsuitgaven worden juist overgerapporteerd, zoals de kosten van infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs, transportmiddelen en consultants. Er worden dus minder goederen en diensten verkregen dan eigenlijk zou moeten, en het zo uitgespaarde geld word ook weggesluisd. Om de boeken kloppend te krijgen worden de prijzen van de aangekochte goederen en diensten op papier een stuk verhoogd. Dat gebeurt vooral met die goederen en diensten die achteraf moeilijk te controleren zijn, zoals consulting, onderhoud, en de funderingen en het betonijzer van bruggen en gebouwen. Soms worden de eisen aan de goederen en diensten met opzet hoger gesteld dan vereist is. In de specificaties van een gebouw wordt bijvoorbeeld duizend ton beton aangegeven voor de fundering, terwijl 500 in feite genoeg is. Tijdens de bouw wordt er vijfhonderd ton gestort, maar in de boeken worden de kosten van duizend ton opgevoerd [3].

Politici nemen veelvuldig deel aan dit soort praktijken. Ze geven bijvoorbeeld via door hen gecontroleerde banken leningen aan bevriende partijen, die nooit worden terug betaald. Zo is niet te traceren waar het geld gebleven is. Schenkingen aan liefdadigheidsinstellingen zijn daarvoor ook handig want hun financiële handel en wandel wordt helemaal niet  gecontroleerd, en het is dus niet te achterhalen wat ze met hun geld doen. Hulp via lokale instanties is daarom niet zonder risico. De Nederlandse Ambassade in Accra (Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006) en Oxfam-NOVIB (2007) financierden de grote charitatieve instelling BRAC in Bangladesh, die volgens verschillende bronnen grootscheeps verwikkeld is in corruptie (Ahmad 2004, Chakrabarty 2007). Er is ook veel corruptie via afspraken tussen overheid en bedrijfsleven, bijvoorbeeld als de staat een bedrijf het monopolie geeft op de productie of de handel in een bepaald product. De inkoopprijzen kunnen dan ‘legaal’ worden gedrukt en de verkoopprijzen opgeschroefd. Leveranciers en afnemers hebben immers geen keus. In Indonesië waren er in de jaren negentig officiële monopolies op talloze producten, bijvoorbeeld fruit, kruiden, cement, mie, de export van hout en de import van luxe producten als wijn (Emmerson 1999).

De corruptie is niet de oorzaak van achterblijvende ontwikkeling
De corruptie gaat natuurlijk ten koste van het budget voor publieke diensten en investeringen in de economie. Toch is er geen statistisch verband tussen corruptie en ontwikkeling. De snel groeiende landen in Zuid-Oost Azië zijn minstens zo corrupt als die in Afrika. China bijvoorbeeld had in 2000 een CPI van ongeveer 3,1, rond het gemiddelde in Afrika in die tijd, en Vietnam zit al jaren rond de 2,5, veel slechter dan het gemiddelde Afrikaanse land toen (Transparency International 2000). Toch groeiden beide landen sindsdien als kool, terwijl Afrika stagneerde. Volgens verscheidene bronnen komt dat door het verschil in sociaal kapitaal (zie hoofdstuk 5). In Oost- en Zuid-Oost Azië ontstonden al duizenden jaren geleden georganiseerde samenlevingen met wetten en regels, rangen en standen en een geformaliseerd machtssysteem. In Afrika is dat proces van staatsvorming pas op gang gekomen na de dekolonisatie in de jaren zestig (Veen 2002). Vooral in de Oost en Zuid-Oost Aziatische landen is de politieke situatie stabieler, werken mensen beter samen, en houden de leiders zich meer bezig met de ontwikkeling van hun land. Het gedeelte van de fondsen dat verdwijnt door corruptie is waarschijnlijk ongeveer hetzelfde als in Afrika, maar met het resterende deel wordt meer verantwoordelijk omgesprongen. Sociaal kapitaal is echter nauwelijks door hulp te beïnvloeden.

Samenvattend: ongeveer een derde van de staatsfondsen in de ontwikkelingslanden verdwijnt door corruptie. Ook circa een derde van de ontwikkelingshulp raakt verloren. De boeken kloppen echter altijd, dus het heeft voor de donoren geen zin om die te controleren. Bovendien is de corruptie niet de reden waarom landen stagneren. Veel landen in Zuid-Oost Azië zijn minstens zo corrupt als die in Afrika, en ontwikkelen zich in hoog tempo. Het sociaal kapitaal in een land -het onderling vertrouwen, sociale codes, instituties, maatschappelijke organisaties- is veel belangrijker voor de ontwikkeling. Maar dat is nauwelijks door hulp te beïnvloeden.

  

Nieuw commentaar posten

De inhoud van dit veld is privé en zal niet publiekelijk getoond worden.

Referenties

(De datum bij een website geeft aan wanneer deze geraadpleegd is)

Aditjondro G.J.(2000): Chopping the global tentacles of the Soeharto oligarchy–clan, presentation at the conference ‘Towards democracy in Indonesia’, University of Auckland, 1 April 2000 Ahmad M.M.(2004): The state, laws and non-governmental organisations (NGOs) in Bangladesh, Washington: The international journal of not-for-profit law, Volume 3, Issue 3, March 2001 Anderson M.S.(1972): The ascendancy of Europe, Harlow: Pearson Longman 2003 [6] Barro R.J (1999): Determinants of economic growth, Cambridge MA: MIT Press, second edition BBC News (2003): Public inquiry into Kenya gold scam, 14-03-2003, http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/2851519.stm (22-05-2007) Bergmann H. (2002): Practical subjects in basic education - relevance at last or second rate education? Lessons from 40 years of experience, GTZ/FAO, Eschborn: Deutsche Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit,December 2002 http://www.fao.org/sd/2003/KN0402a_en.htm (17-10-2006) Berkman, S. (2008): The World Bank and the gods of lending, Sterling: Kumarion Press, quoted in NRC Handelsblad, Rotterdam 07-06-2008 Bräutigam D. (2001): Aid Dependence and governance, American University, Stockholm: Almqvist & Wiksell International Bräutigam D., S. Knack (2004): Foreign aid, institutions, and governance in sub-Saharan Africa, Economic Development and Cultural Change, 52, January 2004, Chicago: University of Chicago Press Briend A, K.Z. Hasan, K.M.A. Aziz, B.A. Hoque (1989): Are diarrhoea control programs likely to reduce childhood malnutrition - Observations from rural Bangladesh, The Lancet 1989, 2: 319–322 Brinkerhoff W., A. Goldsmith (2002): Clientelism, patrimonialism and democratic governance, ABT/USAID, Cambridge MA: Abt Associates Chakrabarty A. (2007): Ontwikkelingsgeld of weggegooid geld, Rotterdam: NRC 01-09-2007 Cremer, G. (2000):Korruption begrenzen, Praxisfeld Entwicklungspolitik (Limiting corruption - practical experience from development cooperation), in D.R. Gothe: Donor responsibility and the diversion of aid money, D+C Development and Cooperation No. 2, 2002, p. 26 – 27 Djojohadikusumo S. (1994): Reports of corruption shock house of representatives, Jakarta: Jakarta Post, 07-01-1994 Djurfeldt G., H. Holmén, M. Jirström (2005): Addressing food crisis in Africa, Stockholm: SIDA Easterly W. (2003): Can foreign aid buy growth? Pittsburgh: Journal of Economic Perspectives, Vol 17 No. 3, p 23-48 Emmerson, D.K.(1999): Indonesia beyond Suharto, Armonk: Sharpe Evans P.B (1995): Embedded autonomy: states and industrial transformation, New Jersey: Princeton university press FAO (2004): The state of agricultural commodity markets 2004, Rome ftp://ftp.fao.org/docrep/fao/007/y5419e/y5419e00.pdf (28-01-2009) Fleischer D. (1995): Attempts at corruption control in Brazil: congressional investigations and strengthening internal control, Washington: Political Science Association Freeman T., S. Dohoo Faure (2003): Local solutions to global challenges: towards effective partnership in basic education, final report, The Hague: MFA, www.euforic.org/iob (28-03-2006) Gibson M.A., R. Mace (2006): An energy-saving development initiative increases birth rate and childhood malnutrition in rural Ethiopia, PLoS Medicine, 2006 Vol. 3, No. 4, e87, Cambridge UK, p 0476 – 0484 GTZ (2009): Förderung der Nachhaltigkeit einer unternehmensorientierten alternierenden Berufsausbildung, Eschborn http://www.gtz.de/de/praxis/6508.htm (02-06-2009) IOB (2007): Het Nederlandse Afrikabeleid 1998-2006, Den Haag: Ministerie van Buitenlandse Zaken Kaufman R.R (1974): The patron-client concept and macro-politics: prospects and problems, Comparative Studies in Society and History, 1974, 16(3), p 284-308 Knack S. (1999): Aid dependency and quality of governance, an empirical analysis, Maryland: IRIS, University of Maryland Kraft R. (2003): Primary Education in Ghana, Accra: USAID Lawson K. et. al. (1980): Political parties and linkage, a comparative perspective, International Journal of Comparative Sociology Vol. 24, No. 3-4, 279 Mearns E. (2007): The European gas market, figure 7 http://www.321energy.com/editorials/mearns/mearns121307.html (27-10-2008) Measure DHS (2006): http://www.measuredhs.com/aboutsurveys/search/search_survey_ main.cfm?SrvyTp=type&listtypes=1 (27-12-2008) Ministerie van Buitenlandse Zaken (2006): Water and sanitation project, Dhaka: Dutch embassy Bangladesh http://www.netherlandsembassydhaka.org/basic_ education.html 13-10-2006) Moore B. (1966): Social origins of dictatorship and democracy: lord and peasant in the making of the modern world, Boston: Beacon press Moss T., G. Pettersson, N. van de Walle (2006): An aid-institutions paradox? A review essay on aid dependency and state building in sub-Saharan Africa, CGD Working Paper 74, Washington: CGD Moyo, D. (2009): Dead aid, destroying the biggest global myth of our time, New York: Farrar: Straus and Giroux O’Donnell, G. (1996): Illusions about consolidation, Journal of Democracy 1996 7- 2, p 34-51 OECD (2008): Agricultural support estimates, Factbook 2008, Paris http://fiordiliji.sourceoecd.org/pdf/factbook2008/302008011e-10-03-01.pd... (02-02-2009) Oxfam-Novib (2007): Partnerplan Bangladesh, Den Haag http://www.oxfamnovib.nl/id.html?id=9713 (16-06-2008) Pearce J. (2002): IMF: Angola’s missing millions, BBC News 18-10-2002 http://news.bbc.co.uk/2/hi/africa/2338669.stm (03-08-2006) Phongpaicht P., S. Piriyarangsan (1994): Corruption and democracy in Thailand, Bangkok: The Political Economy Centre, Chulalongkorn Univerisity Poskitt E.M.E., T.J. Cole, R.G. Whitehead, L.T. Weaver (1999): Less diarrhoea but no change in growth: 15 years’ data from three Gambian villages, Arch Dis Child, 80: 115–120 Rajan G., A. Subramanian (2006): Aid, Dutch disease, and manufacturing growth, Cambridge MA: NBER Working Paper SER (1988): Advies sociaal-economisch beleid op middellange termijn 1988-1992, Den Haag http://www.ser.nl/~/media/DB_Adviezen/1980_1989/1988/b09343.ashx (02-06-2009) Svensson J. (2005): Eight questions about corruption, Journal of Economic Perspectives 2005 Vol 19 No 3, p 19-42, http://www1.worldbank.org/publicsector/anticorrupt/Svensson%20Eight%20Qu...(JEP%20Vol%2019,%20No%203%202005).pdf (09-06-2007) TADREG (1993): Parents’ attitudes and strategies towards education in rural Tanzania, final report, Dar es Salaam 1993, quoted in Burke K.,K. Beegle: Why children aren’t attending school, the case of North-western Tanzania, Journal of African Economies, vol 13 No 2, p 333-355 Transparency International (2000): Corruption Perceptions Index 2000 http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi (25-11-2008) Transparency International (2005): Global corruption report 2004, London: Pluto Press Transparency International (2007): Corruption Perceptions Index 2007 http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi (25-11-2008) Transparency International, Graf Lambsdorff, J (1997): The Corruption Perception Index (CPI) 1997, Universität Göttingen http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi/previous... (02-06-2009) UNESCO (2009): EFA Global monitoring report, Fontenoy: UNESCO http://www.unesco.org/en/efareport Veen, R. van der (2002): Afrika, van de koude oorlog naar de 21ste eeuw, Amsterdam: Aksant VN (1998): The state of the world’s children, New York: UNICEF http://www.unicef.org/sowc98/sowc98.pdf (05-02-2009) VN (2003): Human Development Report 2003, New York http://hdr.undp.org/en/reports/global/hdr2003/ (29-03-2008) VN (2005a): Human Development Report 2005, New York http://hdr.undp.org/en/reports/global/hdr2005/ (01-02-2009) VN (2007): Human Development Report 2007-2008, New York http://hdr.undp.org/en/reports/global/hdr2007-2008/ VN (2008): Economic development in Africa 2008, Export performance following trade liberalization, UNCTAD, New York and Geneva Wade, R. (1982): The system of administrative and political corruption: canal irrigation in south India, The Journal of Development Studies 18,no.3 (287-328) Wereld Bank (2008): World Development Indicators 2008, Washington WHO (2006a): Child growth standards: methods and development, Geneva WHO (2006b): Causes of death among children under 5 years of age, WHO health statistics 2006, Geneva p 22-29 http://www.who.int/whosis/whostat2006.pdf (19-08-2007) WHO (2006c): Global database on child growth and malnutrition, Geneva www.who.int/gdgm/p-child_pdf/ (20-12-2006) Winters J.A.(2000): Criminal debt in the Indonesian context; Evanston: Center for International and Comparative Studies, Northwestern University July 3/2000 Wittenberg D., J. Banning (2005): Het gezicht van de armoede (The face of poverty), NRC Monthly Magazine, Rotterdam 09-2005 [1] Voor de verwijzingen zie de lijst achterin [2] Met Afrika wordt hier het gebied ten zuiden van de Sahara bedoeld [3] Eigen ervaring van de auteur en collega’s in een groot aantal projecten [4] BBP, bruto binnenlands product, is de totale waarde van de goederen en diensten geproduceerd in een land, ook voor zover die eigendom zijn van bedrijven of personen in het buitenland. BNI is BBP gecorrigeerd voor internationale geldoverboekingen en afschrijving van productiemiddelen [5] BBP, bruto binnenlands product, is de totale waarde van de goederen en diensten geproduceerd in een land, ook voor zover die eigendom zijn van bedrijven of personen in het buitenland. [6] Herdrukt