Debat

Vanuit de wereld der ontwikkelingswerkers is boos gereageerd op de promotie van Wiet Janssen, ze waren het hevig met hem oneens. De Universiteit Twente zag daarin echter geen belemmeringen en liet Janssen gewoon promoveren. De promovendus zelf beloofde een taart aan ieder die met steekhoudende kritiek zou komen.

De Nijmeegse hoogleraar Paul Hoebink pakte die handschoen op en somt hier zijn bezwaren op tegen het proefschrift. Janssen ziet daarin geen aanleiding om naar de banketbakker te gaan (zie hier).

De complete promotie van Janssen staat overigens hier.

Hier is de website van Wiet Janssen

Hier staat een printvriendelijke versie van het verhaal hiernaast (32 pagina’s a4).

———————————————————————————————————

V De slechte kwaliteit van het bestuur kan niet door hulp worden verbeterd. Veel hulp maakt het alleen maar erger

In de ontwikkelingslanden is het bestuur in het algemeen slecht, en er is veel corruptie. De publieke organisatie is vaak zwak, als gevolg van onvoldoende sociaal kapitaal: het ontbreekt aan vertrouwen, sociale netwerken, betrouwbare organisaties, gedragsnormen etc. Soms is er sprake van ‘falende staten’, daar is ontwikkeling niet mogelijk, en ontwikkelingshulp heeft er geen zin. Maar het ontstaan van een middenklasse in een samenleving kan een kentering veroorzaken. In vergelijking met de geïndustrialiseerde landen (Europa) is de organisatie van het publieke domein in ontwikkelingslanden slecht ontwikkeld. Het rechtssysteem is doorgaans partijdig en niet effectief. In sommige gevallen is het bestuur zo zwak dat het nauwelijks nog functioneert en ophoudt de basisfuncties van de staat uit te voeren, zoals zorgen voor openbare veiligheid, infrastructuur en onderwijs (Veen 2002). Een voorbeeld van zo’n falende staat is Zaïre onder Mobutu in de jaren negentig (Evans 1995). Omdat in de ontwikkelingslanden van de staat weinig verwacht kan worden als het gaat om bescherming en ondersteuning, helpen familieleden en vrienden elkaar. Ook zoeken mensen met weinig invloed (‘cliënten’) bescherming en gunsten bij iemand met veel invloed (‘patroon’), waar dan weer wederdiensten tegenover staan. Dit is het zogenaamde ‘cliëntelisme’ systeem (Lawson 1980). Het cliëntelisme regelt de betrekkingen tussen mensen met veel macht en weinig macht, in samenlevingen waarin een democratisch bestuur en een onafhankelijk rechtssysteem nog ontbreken. Binnen de cliëntelistische relaties is vaak wel onderlinge loyaliteit, maar er is weinig loyaliteit ten aanzien van vreemden of de samenleving als geheel (Barro 1999, Hyden 1983). Het cliëntelisme maakt dat alle besluitvorming in de samenleving afhangt van persoonlijke relaties. Daarbij worden de rechtsregels genegeerd (O’Donnell 1996), en die hebben dus maar weinig betekenis (Kaufman 1974). Het cliëntelisme corrumpeert het politieke systeem. Politici gebruiken de staatsfondsen om rijkdom te vergaren en hun cliënten aan zich te verplichten, en zo hun machtsbasis te versterken. De werkelijke politieke besluitvorming speelt zich af achter de schermen (Brinkerhoff and Goldsmith 2002).

Geen bourgeoisie, geen democratie!’
Wanneer er zich een middenklasse ontwikkelt verschuift het machtsevenwicht, en daardoor kan er een democratisch bestuur en onafhankelijk rechtssysteem ontstaan (Anderson 1972). Moore vatte dit samen als: ‘Geen bourgeoisie, geen democratie!’ (Moore 1966). Het blijkt dat in landen waar een middenklasse aan het ontstaan is, het bestuur inderdaad verbetert en de corruptie vermindert. Voorbeelden zijn de nieuw geïndustrialiseerde landen zoals Korea en Taiwan. Transparency International bepaalt ieder jaar de mate van corruptie, en publiceert de corruption perception index (CPI). Die is in die landen de afgelopen jaren behoorlijk gestegen, wat wil zeggen dat de corruptie is verminderd, zie tabel. De meest geïndustrialiseerde landen zijn het minst corrupt (Transparency International 1997, 2007). Zolang er geen middenklasse is, is er geen alternatief voor het cliëntelisme systeem. Slecht bestuur en corruptie horen dus onvermijdelijk bij arme landen. De situatie verbetert vanzelf als die landen zich ontwikkelen.

Stijgende corruptie index CPI in de nieuwe geindustrialiseerde landen, dus dalende corruptie (TI)
 Land/ CPI
 1997  2007
 Zuid Korea  4.3  5.1
 Taiwan  5.1  5.7
 Hong Kong
 7.3  8.3
 Singapore  8.7  9.7

  

Hulp geven om het bestuur te verbeteren
Hulp wordt vaak gebruikt om invloed op de regering te kunnen uitoefenen en zo de kwaliteit van het bestuur te verbeteren en de corruptie te verminderen. Maar die aanpak werkt niet, in het algemeen heeft hulp zelfs een negatieve invloed op de kwaliteit van het bestuur. De hulp biedt de politici namelijk uitstekende mogelijkheden om aan veel geld te komen, en daardoor hoeven ze nog minder rekenschap af te leggen aan de bevolking. Knack deed onderzoek in verschillende landen en concludeerde dat een hoog niveau van hulp de corruptie doet toenemen en de kwaliteit van het bestuur doet afnemen, met name de kwaliteit van het uitvoerend systeem, en de mate van rechtshandhaving. Periodes met een hoog niveau van hulp vallen vaak samen met een slechtere kwaliteit van bestuur (Knack 1999), en met lagere investeringen in publieke voorzieningen (Bräutigam en Knack 2004). De kwaliteit van het bestuur begint af te nemen als de hulp meer dan 10 procent van het bruto nationaal product (BNP) bedraagt (Bräutigam 2001), en bij meer dan 15 procent beginnen duidelijk negatieve effecten op de ontwikkeling op te treden (Bräutigam and Knack 2004). In 2006 lag de hulp in 26 landen boven de 10 procent van het BNP, waarvan 19 in Afrika, en in twaalf landen boven de 15 procent (Wereld Bank 2008). Nederland droeg daar ook aan bij: het gaf hulp aan negen landen waar de totale hulp meer dan 15 procent bedroeg. Een voorbeeld is Mozambique, daar was de totale hulp zelfs 26 procent van het BNP. Nederland geeft bovendien veel hulp in de vorm van geld en dat maakt het voor de politici gemakkelijker om er een gedeelte van weg te sluizen.

Samenvattend: Slecht bestuur en corruptie zijn een logische consequentie van het cliëntelisme systeem. Pas als er een middenklasse ontstaat verbetert het bestuur en vermindert de corruptie. Veel hulp geven aan slecht bestuurde landen werkt averechts. Politici trekken zich dan nog minder aan van de behoeften van de bevolking en het bestuur verslechtert nog meer. De Nederlandse inspanningen om via de hulp het bestuur te verbeteren leiden dus tot niets, het wordt er eerder slechter van.

Het bewijst maar weer eens dat ontwikkelingshulp averechts werkt

Heet is weer tijd voor een fotootje van een stevend babietje

Nieuw commentaar posten

De inhoud van dit veld is privé en zal niet publiekelijk getoond worden.

Referenties

(De datum bij een website geeft aan wanneer deze geraadpleegd is)

Aditjondro G.J.(2000): Chopping the global tentacles of the Soeharto oligarchy–clan, presentation at the conference ‘Towards democracy in Indonesia’, University of Auckland, 1 April 2000 Ahmad M.M.(2004): The state, laws and non-governmental organisations (NGOs) in Bangladesh, Washington: The international journal of not-for-profit law, Volume 3, Issue 3, March 2001 Anderson M.S.(1972): The ascendancy of Europe, Harlow: Pearson Longman 2003 [6] Barro R.J (1999): Determinants of economic growth, Cambridge MA: MIT Press, second edition BBC News (2003): Public inquiry into Kenya gold scam, 14-03-2003, http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/2851519.stm (22-05-2007) Bergmann H. (2002): Practical subjects in basic education - relevance at last or second rate education? Lessons from 40 years of experience, GTZ/FAO, Eschborn: Deutsche Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit,December 2002 http://www.fao.org/sd/2003/KN0402a_en.htm (17-10-2006) Berkman, S. (2008): The World Bank and the gods of lending, Sterling: Kumarion Press, quoted in NRC Handelsblad, Rotterdam 07-06-2008 Bräutigam D. (2001): Aid Dependence and governance, American University, Stockholm: Almqvist & Wiksell International Bräutigam D., S. Knack (2004): Foreign aid, institutions, and governance in sub-Saharan Africa, Economic Development and Cultural Change, 52, January 2004, Chicago: University of Chicago Press Briend A, K.Z. Hasan, K.M.A. Aziz, B.A. Hoque (1989): Are diarrhoea control programs likely to reduce childhood malnutrition - Observations from rural Bangladesh, The Lancet 1989, 2: 319–322 Brinkerhoff W., A. Goldsmith (2002): Clientelism, patrimonialism and democratic governance, ABT/USAID, Cambridge MA: Abt Associates Chakrabarty A. (2007): Ontwikkelingsgeld of weggegooid geld, Rotterdam: NRC 01-09-2007 Cremer, G. (2000):Korruption begrenzen, Praxisfeld Entwicklungspolitik (Limiting corruption - practical experience from development cooperation), in D.R. Gothe: Donor responsibility and the diversion of aid money, D+C Development and Cooperation No. 2, 2002, p. 26 – 27 Djojohadikusumo S. (1994): Reports of corruption shock house of representatives, Jakarta: Jakarta Post, 07-01-1994 Djurfeldt G., H. Holmén, M. Jirström (2005): Addressing food crisis in Africa, Stockholm: SIDA Easterly W. (2003): Can foreign aid buy growth? Pittsburgh: Journal of Economic Perspectives, Vol 17 No. 3, p 23-48 Emmerson, D.K.(1999): Indonesia beyond Suharto, Armonk: Sharpe Evans P.B (1995): Embedded autonomy: states and industrial transformation, New Jersey: Princeton university press FAO (2004): The state of agricultural commodity markets 2004, Rome ftp://ftp.fao.org/docrep/fao/007/y5419e/y5419e00.pdf (28-01-2009) Fleischer D. (1995): Attempts at corruption control in Brazil: congressional investigations and strengthening internal control, Washington: Political Science Association Freeman T., S. Dohoo Faure (2003): Local solutions to global challenges: towards effective partnership in basic education, final report, The Hague: MFA, www.euforic.org/iob (28-03-2006) Gibson M.A., R. Mace (2006): An energy-saving development initiative increases birth rate and childhood malnutrition in rural Ethiopia, PLoS Medicine, 2006 Vol. 3, No. 4, e87, Cambridge UK, p 0476 – 0484 GTZ (2009): Förderung der Nachhaltigkeit einer unternehmensorientierten alternierenden Berufsausbildung, Eschborn http://www.gtz.de/de/praxis/6508.htm (02-06-2009) IOB (2007): Het Nederlandse Afrikabeleid 1998-2006, Den Haag: Ministerie van Buitenlandse Zaken Kaufman R.R (1974): The patron-client concept and macro-politics: prospects and problems, Comparative Studies in Society and History, 1974, 16(3), p 284-308 Knack S. (1999): Aid dependency and quality of governance, an empirical analysis, Maryland: IRIS, University of Maryland Kraft R. (2003): Primary Education in Ghana, Accra: USAID Lawson K. et. al. (1980): Political parties and linkage, a comparative perspective, International Journal of Comparative Sociology Vol. 24, No. 3-4, 279 Mearns E. (2007): The European gas market, figure 7 http://www.321energy.com/editorials/mearns/mearns121307.html (27-10-2008) Measure DHS (2006): http://www.measuredhs.com/aboutsurveys/search/search_survey_ main.cfm?SrvyTp=type&listtypes=1 (27-12-2008) Ministerie van Buitenlandse Zaken (2006): Water and sanitation project, Dhaka: Dutch embassy Bangladesh http://www.netherlandsembassydhaka.org/basic_ education.html 13-10-2006) Moore B. (1966): Social origins of dictatorship and democracy: lord and peasant in the making of the modern world, Boston: Beacon press Moss T., G. Pettersson, N. van de Walle (2006): An aid-institutions paradox? A review essay on aid dependency and state building in sub-Saharan Africa, CGD Working Paper 74, Washington: CGD Moyo, D. (2009): Dead aid, destroying the biggest global myth of our time, New York: Farrar: Straus and Giroux O’Donnell, G. (1996): Illusions about consolidation, Journal of Democracy 1996 7- 2, p 34-51 OECD (2008): Agricultural support estimates, Factbook 2008, Paris http://fiordiliji.sourceoecd.org/pdf/factbook2008/302008011e-10-03-01.pd... (02-02-2009) Oxfam-Novib (2007): Partnerplan Bangladesh, Den Haag http://www.oxfamnovib.nl/id.html?id=9713 (16-06-2008) Pearce J. (2002): IMF: Angola’s missing millions, BBC News 18-10-2002 http://news.bbc.co.uk/2/hi/africa/2338669.stm (03-08-2006) Phongpaicht P., S. Piriyarangsan (1994): Corruption and democracy in Thailand, Bangkok: The Political Economy Centre, Chulalongkorn Univerisity Poskitt E.M.E., T.J. Cole, R.G. Whitehead, L.T. Weaver (1999): Less diarrhoea but no change in growth: 15 years’ data from three Gambian villages, Arch Dis Child, 80: 115–120 Rajan G., A. Subramanian (2006): Aid, Dutch disease, and manufacturing growth, Cambridge MA: NBER Working Paper SER (1988): Advies sociaal-economisch beleid op middellange termijn 1988-1992, Den Haag http://www.ser.nl/~/media/DB_Adviezen/1980_1989/1988/b09343.ashx (02-06-2009) Svensson J. (2005): Eight questions about corruption, Journal of Economic Perspectives 2005 Vol 19 No 3, p 19-42, http://www1.worldbank.org/publicsector/anticorrupt/Svensson%20Eight%20Qu...(JEP%20Vol%2019,%20No%203%202005).pdf (09-06-2007) TADREG (1993): Parents’ attitudes and strategies towards education in rural Tanzania, final report, Dar es Salaam 1993, quoted in Burke K.,K. Beegle: Why children aren’t attending school, the case of North-western Tanzania, Journal of African Economies, vol 13 No 2, p 333-355 Transparency International (2000): Corruption Perceptions Index 2000 http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi (25-11-2008) Transparency International (2005): Global corruption report 2004, London: Pluto Press Transparency International (2007): Corruption Perceptions Index 2007 http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi (25-11-2008) Transparency International, Graf Lambsdorff, J (1997): The Corruption Perception Index (CPI) 1997, Universität Göttingen http://www.transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi/previous... (02-06-2009) UNESCO (2009): EFA Global monitoring report, Fontenoy: UNESCO http://www.unesco.org/en/efareport Veen, R. van der (2002): Afrika, van de koude oorlog naar de 21ste eeuw, Amsterdam: Aksant VN (1998): The state of the world’s children, New York: UNICEF http://www.unicef.org/sowc98/sowc98.pdf (05-02-2009) VN (2003): Human Development Report 2003, New York http://hdr.undp.org/en/reports/global/hdr2003/ (29-03-2008) VN (2005a): Human Development Report 2005, New York http://hdr.undp.org/en/reports/global/hdr2005/ (01-02-2009) VN (2007): Human Development Report 2007-2008, New York http://hdr.undp.org/en/reports/global/hdr2007-2008/ VN (2008): Economic development in Africa 2008, Export performance following trade liberalization, UNCTAD, New York and Geneva Wade, R. (1982): The system of administrative and political corruption: canal irrigation in south India, The Journal of Development Studies 18,no.3 (287-328) Wereld Bank (2008): World Development Indicators 2008, Washington WHO (2006a): Child growth standards: methods and development, Geneva WHO (2006b): Causes of death among children under 5 years of age, WHO health statistics 2006, Geneva p 22-29 http://www.who.int/whosis/whostat2006.pdf (19-08-2007) WHO (2006c): Global database on child growth and malnutrition, Geneva www.who.int/gdgm/p-child_pdf/ (20-12-2006) Winters J.A.(2000): Criminal debt in the Indonesian context; Evanston: Center for International and Comparative Studies, Northwestern University July 3/2000 Wittenberg D., J. Banning (2005): Het gezicht van de armoede (The face of poverty), NRC Monthly Magazine, Rotterdam 09-2005 [1] Voor de verwijzingen zie de lijst achterin [2] Met Afrika wordt hier het gebied ten zuiden van de Sahara bedoeld [3] Eigen ervaring van de auteur en collega’s in een groot aantal projecten [4] BBP, bruto binnenlands product, is de totale waarde van de goederen en diensten geproduceerd in een land, ook voor zover die eigendom zijn van bedrijven of personen in het buitenland. BNI is BBP gecorrigeerd voor internationale geldoverboekingen en afschrijving van productiemiddelen [5] BBP, bruto binnenlands product, is de totale waarde van de goederen en diensten geproduceerd in een land, ook voor zover die eigendom zijn van bedrijven of personen in het buitenland. [6] Herdrukt