Uit de rapporten van de evaluatie organisatie van het Ministerie, de
IOB, blijkt dat de Nederlandse hulpprogramma’s bijna nergens
aantoonbaar bijdragen tot blijvende armoedevermindering. Ook blijkt
er geen statistisch verband tussen hulp en ontwikkeling te bestaan.
De directe doelen worden meestal wel behaald: de waterpompen worden
geïnstalleerd, de medicijnen overgedragen, de scholen gebouwd, de
schulden van het ontwikkelingsland kwijtgescholden, etc. Maar er zijn
geen aanwijzingen dat dit leidt tot een blijvende vermindering van
armoede of verbetering van de gezondheid. (Hoe dat komt wordt besproken
in de volgende hoofdstukken.)
Een verband tussen hulp en ontwikkeling
kan ook uit de statistieken niet worden afgeleid. Als er al een verband
is, is het averechts. Easterly (2003), een bekende
ontwikkelingseconoom, laat dat zien in onderstaande figuur. BNP staat
voor bruto nationaal product.
Natuurlijk zijn er allerlei andere invloeden die de ontwikkeling
negatief kunnen beinvloeden, maar in ieder geval speelt de hulp geen
dominerende rol.
De volgende figuur laat zien dat er is ook geen verband bestaat tussen
hulp aan goed bestuurde ontwikkelingslanden en ontwikkeling (Easterly
2003). De grafiek toont de resultaten per land en de rechte lijn geeft
de trend aan.
Dat er geen verband is tussen hulp en ontwikkeling is
ook te zien aan de graanopbrengst per hectare landbouwgrond.
Onderstaande grafiek (UNCTAD 2008) toont de groei in de verschillende
delen van de wereld.
Ondanks de grote hoeveelheden hulp is er in Afrika
geen groei. In Oost Azië was de hulp per hoofd van de bevolking altijd
gering, en er is wel groei.
Samenvattend: Er is geen statistisch verband tussen hulp en
ontwikkeling, en ook niet tussen hulp aan goed bestuurde landen en
ontwikkeling. Als er al een verband is is het averechts. Afrika
ontvangt de meeste hulp per hoofd van de bevolking en stagneert, Oost
Azië ontvangt de minste hulp en ontwikkelt zich voorspoedig.
Nieuw commentaar posten