Debat

Vanuit de wereld der ontwikkelingswerkers is boos gereageerd op de promotie van Wiet Janssen, ze waren het hevig met hem oneens. De Universiteit Twente zag daarin echter geen belemmeringen en liet Janssen gewoon promoveren. De promovendus zelf beloofde een taart aan ieder die met steekhoudende kritiek zou komen.

De Nijmeegse hoogleraar Paul Hoebink pakte die handschoen op en somt hier zijn bezwaren op tegen het proefschrift. Janssen ziet daarin geen aanleiding om naar de banketbakker te gaan (zie hier).

De complete promotie van Janssen staat overigens hier.

Hier is de website van Wiet Janssen

Hier staat een printvriendelijke versie van het verhaal hiernaast (32 pagina’s a4).

Ontwikkelingshulp aan Afrika: geen enkel positief effect, wel veel negatieve effecten

Ontwikkelingshulp aan vooral Afrika heeft geen enkel positief effect, wel allerlei negatieve effecten. Aldus de Twentse onderzoeker en voormalig ontwikkelingswerker Wiet Janssen in zijn promotieonderzoek. Hij vindt niet dat de hulp helemaal moet stoppen, maar bepleit wel een radicale verandering en heeft daar ook ideeën over. Hieronder een leesbare samenvatting van Janssens proefschrift plus een stukje debat want vanuit de wereld der ontwikkelingswerkers is woedend gereageerd op dit proefschrift.

* De grote hoeveelheden hulp aan Afrika hebben geen enkel effect. Wereldwijd neemt de welvaart toe en daalt het percentage armen. Alleen in Afrika (ten zuiden van de Sahara) is er al decennia geen enkele verbetering: het percentage ondervoede mensen blijft even hoog, en de levensverwachting onveranderd laag. Lees verder

* Er is geen statistisch verband tussen hulp en ontwikkeling. Landen die veel hulp ontvangen ontwikkelen zich niet sneller dan landen die weinig of geen hulp krijgen. Het is eerder omgekeerd. Lees verder…

* Drinkwatervoorziening en gezondheidszorg leiden tot meer kinderen en meer kinderondervoeding. In Afrika en India is meer dan 40 procent van de kinderen onder de vijf jaar ondervoed. Door verbetering van de drinkwatervoorziening en de gezondheidszorg stijgt het aantal kinderen per gezin, maar de hoeveelheid voedsel blijft gelijk. Daardoor neemt de ondervoeding toe. Lees verder…

* Lager onderwijs leert arme kinderen niets waarmee ze een inkomen kunnen verdienen. De meeste kinderen leren alleen een beetje lezen en schrijven. Ze volgen na de lagere school geen ander onderwijs, en ze verwerven geen vakkennis. Maar nergens in de wereld kun je met alleen wat lezen en schrijven een redelijk inkomen verdienen. Lees verder…

* De slechte kwaliteit van het bestuur kan niet door hulp worden verbeterd. Veel hulp maakt het alleen maar erger. Grote hoeveelheden hulp maken het de politici erg makkelijk om aan veel geld te komen. Daardoor worden ze minder afhankelijk van de steun van de bevolking, en concentreren ze zich op het vergroten van hun eigen macht en rijkdom. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van het bestuur. Door veel hulp gaat het bestuur achteruit. Lees verder…

* Een derde van de staatsfondsen in de ontwikkelingslanden raakt zoek door corruptie. Van de Nederlandse hulp verdwijnt per jaar ruim anderhalf miljard euro. Verscheidene betrouwbare instanties, zoals de Wereldbank, hebben cijfers gepubliceerd over de omvang van de corruptie in ontwikkelingslanden. Het blijkt dat grofweg een derde deel van het overheidsbudget verdwijnt. Dat geldt ook voor de hulp. Lees verder…

* De grote hoeveelheid hulp aan Afrika veroorzaakt een overwaardering van de lokale munt waardoor landbouw en industrie niet kunnen concurreren. De hulp houdt Afrika arm. De grote stromen euro’s en dollars van de hulp stuwen de waarde van de lokale munt omhoog. Daardoor ligt in Afrika het prijspeil royaal boven dat in landen als China en India, terwijl de productiviteit daar bovendien al veel hoger is. Fabrieken en boerenbedrijven in Afrika kunnen dus niet concurreren. Door de hulp stagneert de economie. Lees verder…

* Armoede betekent dat de armen de vaardigheden missen om goederen en diensten te produceren. De armen beschikken niet over vaardigheden om op een efficiënte manier goederen en diensten te produceren waar iemand anders goed voor wil betalen. Ze zijn daarom niet in staat een redelijk inkomen te verwerven. Het overgrote deel van de hulp zou er aan moeten worden besteed de armen zulke vaardigheden bij te brengen. Nu wordt slechts een heel klein gedeelte van de hulp daarvoor gebruikt. De hulp draagt nauwelijks bij aan het genereren van inkomen door de armen. Lees verder…

  

OESO heeft daarnaast een verkeerd rekenmodel. Deze stelt het bedrag van 0,7% per jaar van het BBP ongeacht de doelstreffendheid. Dit zorgt ervoor dat heel veel geld verkeerd besteed wordt of in verkeerde handen terecht komt. Nederland hoort 0,7% te besteden. Ik vraag mij af of er ook rekening mee gehouden wordt, wat de Nederlander kwijt is aan giften? Dit gezien de belastingaftrek. Als dit wordt doorberekend, dan bestaat de helft van deze norm uit geld dat naar Marokko en Turkije gaat.

P.v.d.Hoeven,ik lees nergens dat leren lezen en schrijven geen zin heeft.

Ik meen te lezen dat dit alleen zin heeft als er vervolg onderwijs komt.

Sinds die 150 jaren en aan de randen minstens 400 jaar contact met meer ontwikkelden zoals portugezen en hollanders hebben de zwarten in ieder geval een paar zeer nare eigenschappen getoond cq. overgenomen.

Corruptie: veel zwarte leiders dulden geen concurentie als ze eenmaal de

                baas zijn beginnen ze deze uit  te moorden.

Democratie: Als ze eenmaal de baas zijn dulden ze geen enkele inspraak.

                 Zimbabwa werd door een dictator van een voedsel exporter-

                 end land naar een bedelend land gedegradeerd terwijl ze 

                 toch het goede voorbeeld gehad hebben .

                 En zuid-Afrika gaat dezelfde kant op.Jammer van en voor

                 Mandela welke voor mij de grootste Afrikaan is.

                 Chavez ,een indiaan, in Venezuela, een land met nota bene

                 een immense olierijkdom ,wat door nepotisme volkomen

                 aan de afgrond gehopen wordt.

Werkinzet: UIt internationale wereldwijd uitgevoerde onderzoeken 

                 blijkt dat de aziaten  de hardstwerkende bevolkingen hebben

                 met Europa in het midden en Afrika achteraan. Uiteraard

                 zitten er in onze landen ook verschillen onderling. 

                 In Portugal en Amerika kun je genoeg voorbeelden zien.  

Arrogantie: Eenmaal aan de macht gedragen de meeste zich als keizers.

 

Er zijn al verschillende kleine, vaak particulier opgezette projecten ( Karl Heinz BÖHM)  ,keizer Frans Jozef in Sissi, die al meer dan 20 jaar in Tanzania lokaal werkt, zeer positief. Over Bill Gates heb ik te weinig informatie, maar gegarandeerd beter dan de overheid. Op een Duits programma over deze projecten was de eerste vraag van de onderzoeker of zijn vrouw (een tanzaniaanse)  1 ste of 2de klas vloog op heen en terug reis. Het was 2 de.                                                                     Curvedwater ik denk inderdaad dat het alleen maar mogelijk is als je met kleinere Units gaat werken, misschien wel weer meer in stammenverband. Hoe is het mogelijk gebieden waar een land zo groot is als Europa of Duitsland te besturen.                                          In een documentaire over Angola zag ik zwarten klagen dat ze niks hadden om van te leven, terwijl Eduardo dos Santos tot de rijkste mensen van de wereld behoort.

De grootste particuliere groot grond bezitter in Brazilië.

Hij deed  in Portugal een bod op een gedeelte van de Taagdelta van 600 milj. € dat in handen is van de staat .Gelukkig was er van rechts en midden veel weerstand tegen.

Inmiddels werken in Angola meer dan 1 milj. chinezen. En het worden er veel  meer.

 

Heer Wiet Janssen, ik hoop dat U veel succes heeft in U streven.

 

3. g
4. pf

De heer Jansen heeft gedeeltelijk in zoverre gelijk dat er op een andere manier ontwikkelingshulp moet worden gegeven als nu regelmatig gebeurt.

Bijna de helft van de ontwikkelingshulp  is noodhulp of de directe opvolging hievan, dus niet te veranderen.

Het beweren dat (lager)onderwijs niet direct noodzakelijk zou zijn is gewoon onzin, er is namenlijk geen “vakonderwijs” te geven zonder “lezen-schrijven-rekenen-etc” en als men een middenklasse in Afrika wil ontwikkelen is op grote schaal middelbaar (vak)onderwijs nodig.

Zonder waterputten, ziekenhuizen en sanitaire voorzieningen wordt gewoon de sterfte veel hoger en dat zal de bedoeling van de heer Jansen wel niet zijn,dit heeft niets met “korte termijn” denken te maken maar met mensen daar een kans geven te overleven (DAAR). Hoe slechter de leefomstandigheden daar in het algemeen zijn hoe meer vluchtelingen zullen trachten “Europa” of de “VS” te bereiken en hoe groter het vluchtelingen probleem.

Afrika met China of India/Pakistan enz. vergelijken is gewoon te gek voor woorden. Afrika leefde 150 jaar geleden nog goeddeels in het stenen tijdperk en China , India enz. hebben een culturen die ouder zijn dan de onze, ze hebben alleen het kanon en de stoommachine niet uitgevonden en zijn dus niet geïndustrialiseerd. Met een goed bestuur halen ze ons gewoon in, wat dus nu ook gebeurt.

Het grootste probleem van Afrika is natuurlijk de “oorlogen” direct gevolgt door corruptie en slecht bestuur. Aan geen van deze zaken kunnen we veel doen , herkolonisatie is gewoon geen optie. Om bij de “minder goede” regeringen toch binnen te komen zal er ontwikkelingengshulp gegeven moeten blijven worden daar we gewoon veel essentiele grondstoffen nodig hebben. Anders moeten we die via China of India kopen.

Om minder met corruptie te maken te hebben is ontwikkelingshulp via “microcrediet” een van de manieren, evenals het opleiden van leerkrachten en hulp via sommige NGO’s. Toch zullen er grote infrastructurele werken (wegen enz.) moeten worden uitgevoerd om de landen een kans van ontwikkeling te geven.

Janssen heeft groot gelijk, en iedereen wéét dat.
Jammer van de ontwikkelingswerkers ( die daar niet slecht aan verdienen) maar de nederlandse ontwikkelingshulp is dweilen met de kraan open.
Noodhulp heeft nut, voedselhulp niet. Waterputten slaan en ziekenhuizen bouwen is heel sympathiek, maar het is korte termijn denken, en dat verwacht je toch niet van onze ontwikkelingspolitiek. Want die vergroten de problematiek. Dat is een taak voor het land zelf, net als onderwijs.
Wel goed wat Janssen aangeeft over de ontbrekende middenklasse in afrika, jammer dat ie het niet heeft over de veel vruchtbaardere ( lijkt mij) offspring van de investeringen in afrika van China.. Als die een aantal jaren aanhouden kan daardoor een middenklasse ontstaan die de landen veel verder brengt.
Ook mis ik het voorbeeld van Botswana als succesvol land. Met een inkomen per capita van bijna $ 15.000 staat dt tland op nr 61 van de wereldranglijst (http://en.wikipedia.org/wiki/Botswana). Dat komt door de diamantindustrie, maar vpooral ook door een hoogopgeleide bestuursklasse, die zich tot taak heeft gesteld het land te ontwikkelen. Ik meen zelfs dat die besloten heeft geen ontwikkelingshulp meer te aanvaarden. 
Het wordt hoog tijd de nederlandse ontwikkelingspoilitiek op andere leest te schoeien. Niet meer gebaseerd op ons schuldgevoel,. niet meer als verkapt werkgelegenheidsproject voor onze afgestudeerden, niet meer als doekje voor het bloeden. Maar gericht op ontwikkeling van kleinschalige handel met die landen. Kleinschalig, om zo minder met de grote corrupte overheden te maken te hebben. Handel, om zo de middenklasse te versterken en uit te breiden. Zoals de nederlands garnalenpellerij in maroikko.
Ophouden met dweilen, stop de verspillende kranen, en als dat niet lukt: zorg dan dat het water voor bevlioeiing gebruikt wordt ! 

Nieuw commentaar posten

De inhoud van dit veld is privé en zal niet publiekelijk getoond worden.
  • Adds typographic refinements.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Glossary terms will be automatically marked with links to their descriptions. If there are certain phrases or sections of text that should be excluded from glossary marking and linking, use the special markup, [no-glossary] ... [/no-glossary]. Additionally, these HTML elements will not be scanned: a, abbr, acronym, code, pre.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically. (Better URL filter.)

Meer informatie over formaatmogelijkheden

You can change the default for this field in "Comment follow-up notification settings" on your account edit page.

De ontwikkelingshulp moet radicaal anders

De ontwikkelingshulp zoals deze tot op heden plaatsvindt, werkt niet en moet radicaal anders. Mensen opleiden tot kleine ondernemers of vaklieden kan wel een belangrijke bijdrage aan de armoedevermindering leveren. Zo zouden Afrikaanse kinderen uit arme families op de basisschoolleeftijd vaardigheden moeten leren die nodig zijn om ondernemer te kunnen worden. Ook is het zinvol deze kinderen vroeg op te leiden voor een beroep waarmee ze een baan kunnen vinden die een redelijk loon oplevert. Alleen dan kan er op termijn sprake zijn van zinvolle ontwikkelingshulp die leidt tot blijvende armoedevermindering.

Dit is een conclusie uit mijn jarenlange onderzoek naar het management van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, uitgevoerd tussen 2004 en 2009 aan de Universiteit Twente. Dit onderzoek leidde tot mijn proefschrift ‘Management of the Dutch development cooperation’, waaruit blijkt dat de doelen van de hulp maar zelden worden gehaald. Het netto effect is vaak zelfs averechts. Een belangrijk gegeven voor onder andere het management van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en haar partnerorganisaties, de belangrijkste organisaties als het om ontwikkelingshulp vanuit Nederland gaat. Het ministerie is verantwoordelijk voor zo’n 85% van de hulp (Schuyt 2007).

Het mislukken van de hulp aan ontwikkelingslanden, dat wil zeggen het uitblijven van enig effect als het gaat om armoedebestrijding, heeft met specifieke mechanismen te maken die in mijn onderzoek uit de doeken worden gedaan. In het hiernaast afgedrukte stuk vindt u een compacte samenvatting van een deel van dit onderzoek. Daarin wordt ook ingegaan op de oorzaken van het verschil in ontwikkeling tussen landen in Afrika en elders in de wereld. Vooral in Afrika (ten zuiden van de Sahara) werkt de hulp die momenteel geboden wordt, averechts en kan beter worden gestopt. De hulp moet op een totaal andere wijze worden aangepakt. Suggesties, zoals hierboven aangegeven, worden in dit boekje toegelicht. (NB: die suggesties zijn niet wetenschappelijk onderbouwd; ze zijn nog onvoldoende getest.)

 Persoonlijk

dr Wiet JanssenMijn jarenlange werkzaamheden als consultant binnen grote en kleine ontwikkelings-projecten brachten mij ertoe op wetenschappelijke wijze het effect ervan te bestuderen, daar ik in veel gevallen daaraan twijfelde. Ik wilde weten waarom het effect zo mager was, en hoe dat kon worden omgezet in een maximaal positief effect. Oftewel; hoe kan de doelstelling: ‘blijvende armoedevermindering in ontwikkelingslanden’ daadwerkelijk worden gehaald? In mijn proefschrift heb ik mij gericht op twaalf aspecten van management. Ze betreffen  zowel de aanpak als de uitvoering van de hulp. Bekeken werd of de doelen werkelijk bijdroegen aan armoedevermindering, of de resultaten blijvend waren, hoe de omstandigheden in de ontwikkelingslanden de resultaten van de hulp beïnvloedden, etc. Het onderzoek omvat ook de activiteiten van de vele partnerorganisaties die het Ministerie financiert, de procedures voor de besluitvorming voor die financiering, monitoring en evaluatie van de programma’s, en de interne organisatie van het Ministerie. Steeds werd nagegaan wat de aanpak van het Ministerie voor gevolgen had voor het einddoel: blijvende armoedevermindering. Hulp die niet gericht is op blijvende armoedevermindering, maar bijvoorbeeld wordt gegeven om acute nood te verlichten, is buiten beschouwing gelaten. Het blijkt dat er grote tekortkomingen bestaan in het management, die verklaren waarom het einddoel van de hulp niet wordt gehaald.

Ook wordt ingegaan op de oorzaken van het verschil in ontwikkeling tussen landen in Afrika, waar de economische ontwikkeling door de hulp juist wordt belemmerd, en elders in de wereld. Enkele belangrijke conclusies uit mijn proefschrift worden in deze verkorte uitgave toegelicht, ze zijn gebaseerd op feiten en zijn wetenschappelijk onderbouwd.

Er zijn ook andere onderzoekers die concluderen dat de hulp niet helpt, zoals Dambisa Moyo (2009) en William Easterly (2003). De meeste van die onderzoekers concentreren zich op de economische en sociale problemen in de arme landen, met name de corruptie. Ook bekritiseren ze de hulpprogramma’s omdat die vaak niet aansluiten bij de specifieke lokale omstandigheden. Die problemen spelen inderdaad, maar ze verklaren niet waarom sommige arme landen wel ontwikkelen en andere niet. Met name Afrika stagneert. Al sinds de jaren zeventig is 30 procent van de mensen ondervoed, en moet ruim 40 procent rondkomen van minder dan één dollar per dag. In de rest van de wereld ontwikkelen verreweg de meeste landen zich echter wel. Veel ervan waren in de jaren zeventig nog armer dan die in Afrika, b.v. China. Het is echter niet aannemelijk dat de stagnatie van Afrika komt omdat in de hulpprojecten in Afrika minder rekening wordt gehouden met de lokale omstandigheden dan in andere delen van de wereld. Het is ook niet zo dat de corruptie in Afrika ernstiger is dan elders, de snel groeiende landen in Zuid-Oost Azië waren tien jaar geleden even corrupt als Afrika, en ze zijn het vaak nog, bijvoorbeeld Vietnam. Het verschil in ontwikkeling zit hem dus niet in de kwaliteit van de hulp of de mate van corruptie. De andere onderzoekers verklaren het gebrek aan succes van de hulp dus niet."

Uit mijn onderzoek blijkt dat er in de ontwikkelingslanden verschillende mechanismen spelen die verklaren waarom de meeste hulp geen effect heeft, en soms zelfs een averechts effect. In deze tekst wordt een aantal van die mechanismen besproken. Ook wordt ingegaan op de oorzaken van het verschil in ontwikkeling tussen landen in Afrika en elders in de wereld. Vooral in Afrika wordt de economische ontwikkeling door de hulp juist belemmerd. De hulp, zoals die nu gegeven wordt, kan dus beter worden gestopt. 

Maar met een andere aanpak kan de armoede wel worden verminderd. Als de hulp er op wordt gericht de armen geschikte kennis en vaardigheden bij te brengen, dan kunnen ze een baan vinden of een bedrijfje opzetten, en daarmee een inkomen verdienen. Op die manier kunnen ze aan de armoede ontsnappen. Er zijn aansprekende voorbeelden van projecten die laten zien dat dat werkt. Ontwikkelingshulp is dus niet per se zinloos. Maar ze vereist wel een heel andere aanpak wil ze effectief zijn.   

Wiet Janssen

Megen, augustus 2009