Ton Ahsmann
Ton Ahsmann was scheikundeleraar en is publicist.

.

———————————————————————————————————

De natuur politiek

In de loop van zo’n 3 miljard jaren is op deze planeet een zeer gevarieerde collectie levensvormen ontstaan. Te beginnen met heel primitieve organismen heeft zich - volgens het getuigenis van de paleontologie - geleidelijk een grote veelvuldigheid en verscheidenheid ontwikkeld.
Er is, om deze ontwikkeling te verklaren, geen aanname nodig van enige doelbewuste sturing. Althans, zoals de wetenschappelijke situatie er nu uitziet, zal waarschijnlijk in steeds toenemende mate de nodige verklarings-structuur voor het evolutionaire gebeuren kunnen worden uitgebouwd op basis van de (statistische) causaliteit.

Op deze basis is te verwachten dat de ontwikkeling van de levende natuur een chaotisch karakter zal hebben. Dit is ook wat de waarneming toont. Ogenschijnlijk geordende deelontwikkelingen lopen herhaaldelijk spaak. Borelingen vertonen geboortegebreken. Individuen verongelukken. Nieuwe soorten komen op, andere gaan ten onder. Bij tijden is in de aardse historie het aantal soorten gegroeid, bij tijden ook afgenomen. Niets wijst er op dat er een God of Natuurgeest bezig is geweest die enig individu of enige soort heeft voorgetrokken in al die miljarden jaren.

Naar de maatstaven gemeten die wij menselijk gedrag aanleggen is deze natuur in haar doen en laten gevoelloos, tiranniek, meedogenloos wreed, vaak gruwelijk. Er zijn natuurlijk zeer goede redenen om te stellen dat menselijke maatstaven niet op het natuurlijke gebeuren mogen worden toegepast, mits wij de natuur zien als blind en onbewust en wij dus niet een bewuste Natuurgeest, een god Pan, aannemen.

Doen wij dit inderdaad niet, dan kunnen wij de natuur in moreel opzicht niet laken omdat wij haar niet verantwoordelijk kunnen stellen. Maar dan kunnen wij de natuur moreel ook niet respecteren. Moreel goed en kwaad zijn hier dan gewoon niet van toepassing.

Een interessante poging goed en kwaad in een andere zin aan de natuur te verbinden is door prof. dr Wouter Achterberg gewaagd o.a. in een artikel in ANTW 77:3, 1985. Buitenlandse ekofilosofen als Arne Naess en Roderick Nash waren Achterberg hierin overigens voorgegaan.

Achterberg stelt dat ieder natuurelement -of alleen ieder levend natuur-element, daarin is hij niet helemaal consequent -een eigen program heeft dat uniek is als program. Het is hèt program voor dat natuurelement. Bepaalde natuurgebeurens moeten, volgens deze stellingname. Een erwt is er om te ontkiemen, een rivier moet stromen, een rups moet zich verpoppen. Wordt de erwt vermorzeld of verbrand. dan is dat strijdig met het eigen program van de erwt, dus fout. De erwt komt niet tot zijn ontplooiing, tot zijn recht. De erwt heeft zodoende, door zijn eigen program, een eigen belang, en de ethiek schrijft voor dat ieder belang eerlijk moet worden afgewogen. Zodoende heeft ieder natuurelement rechten, aldus Achterberg; de erwt heeft recht op zijn eigen ontplooiing. Het is gemakkelijk aan te voelen dat deze zienswijze ons mensen wel aanspreekt in onze gevoelsmatige natuurhoedersdrang, vooral als het om de handelwijze van een ander gaat. "Ik ween om bloemen, in de knop gebroken" schrijft een Nederlandse dichter. En dat gevoel kennen wij allemaal. Een kuikentje moet in bescherming genomen worden, een versmachtende potplant moet worden begoten. Maar juist dat dit zo algemeen gevoeld wordt bevat een waarschuwing. Als wij voelen dat een erwt zou moeten kunnen kiemen en dat dit dus zijn belang is, kan het best zijn dat deze gedachte geheel en al onze voorkeur weerspiegelt en de keus is van de natuurbeschermer in ons, in zijn gevoeligheden. De erwt, als natuurelement, kan de kant opgaan van de ontkieming maar hij kan even goed, als hij wordt vermalen in de vogelmaag, de kant opgaan van de omzetting in vogelvlees. Er is vanuit de natuur zelf geen enkele reden om het ene boven het andere te stellen. Wat hier door Achterberg als het belang van de erwt wordt voorgesteld is dus puur zijn voorkeur en dus zijn belang. Als er zogezegd "iets fout loopt" in de natuur loopt het dus alleen fout in de appreciatie van de waarnemende persoon, Ook in deze zin bestaat er dus geen goed en kwaad of fout in de natuur.

Goed en kwaad kunnen dus alleen aan de natuur gekoppeld worden in de zin van bevredigend, nuttig en doeltreffend, of juist niet. Goed is de natuur wanneer een bewust en tot oordelen bekwaam wezen, m.a.w. de mens, in zijn eisen wordt tevreden gesteld. Goed is de natuur als de rust, de geur van het bos, de zang van de vogels, de pronk van bessen in het groen zijn ziel met vrede en gerustheid vervult. Goed is de natuur als de bessen ook nog lekker zijn en als de akker er veelbelovend bij ligt. Goed is de natuur als het voorjaar banden slaakt en nieuw leven belooft. En goed is de natuur als er voldoende rupsen zijn voor onze meesjes. En dat de natuur dan goed is hoeft niemand uitgelegd te worden. De natuur bevredigt bij ons dan blijkbaar echt menselijke behoeften, hetzij materiële, hetzij affectieve, hetzij esthetische, hetzij de behoefte aan geruststelling (het Zwitserlevengevoel), hetzij de behoefte aan zelfbevestiging als goedgunstige meester.

Het komt echter voor dat mensen niet in staat of niet bereid zijn te aanvaarden dat hun eigen bevrediging de basis is van de waarde die zij de natuur toekennen. Zij zijn geneigd te denken dat dit hen en ook de natuur zou verlagen. Zij hechten aan de illusie dat b.v. esthetische, of affectieve behoeften te verheven van aard zijn om er het woord bevrediging aan te verbinden. Als de natuur ons een verheven gevoel inboezemt, zo menen zij, betekent dit dat de natuur verheven is, een eigen verhevenheid bezit die niet voortvloeit uit menselijke projectie of uit de menselijke hanger naar inspiratie en ontroering. De natuur zou volgens deze denkwijze ook verheven wezen als er geen mensen waren om de natuur verheven te vinden. Dr Wim Zweers meent dit te kunnen bewijzen door zijn gehoor de volgende gewetensvraag te stellen:

Stel dat u als laatste mens op aarde aan het eind van uw leven was gekomen. Stel verder dat u een knop binnen handbereik had waarmee u de totale vernietiging van de aarde na uw dood zou kunnen teweeg brengen. Zou u deze knop indrukken? Nee natuurlijk. Welnu, dan is het bewijs geleverd dat u de waarde van de natuur erkent ook buiten de waardering door de mens.

Doch de laatste zin is een sofisme of drogredenering. Er staat eigenlijk dat
de bedoelde ‘u’ de natuur waarde toekent ook als die ‘u’ de natuur geen waarde toekent. Want wat de redenering bewijst is dat u het niet over uw hart kunt verkrijgen de natuur te vernietigen zonder reden. Die motivatie zit natuurlijk geheel binnen u. Het bestaan van die motivatie zegt jets over de mens, niet over de aard van de natuur. De redenering blijkt ook het karakter te hebben van een soort kringredenering als men haar zo formuleert: U constateert dat de natuur waarde heeft buiten de mens om, dus ook als de mens dit niet zou vinden, want de mens vindt het wèl. Ofwel: Dat soort waarde, dat niet door de mens aan de natuur wordt toegekend, wordt door de mens aan de natuur toegekend en dat is het bewijs dat zij ook buiten de mens om bestaat

Nu zou het nog tot daaraan toe wezen als sommige mensen iets verhevens in de natuur zien dat volgens hen buiten de mens om gaat, maar deze schimmige eigenschap van de natuur legt volgens hen wel verplichtingen op. Zij betekent dat de mens zich in zijn gebruik van natuurlijke elementen moet beperken, niet voor zijn eigen bestwil, maar omdat er een norm is, iets dat boven de mens uit gaat. Deze mensen menen dus dat maatschappelijk, en politiek gezien, er ge- en verboden moeten komen die van anderen offers vragen die niet in het belang dier anderen zijn. Zo gezien is die buiten-menselijke of ‘intrinsieke’ waarde van de natuur een afgod met een eigen offeraltaar, zoals in het Romeinse keizerrijk.

Zoals in het voorgaande is uiteengezet betekent deze opvatting een uitgangspunt van mensen die menen dat het hun recht is anderen aan beperkingen te onderwerpen ook als die anderen dat anders zien. Deze situatie is een veel voorkomende in de politiek, het bestaan van zulke situaties is de hele bestaansgrond van de politiek. Om deze situatie hanteerbaar en leefbaar te houden vereist het algemene belang dat de gemeenschap zich houdt aan regels waarbij het gelijk, de redelijkheid van een bepaald standpunt in meerdere of mindere mate meespeelt maar zeker niet domineert. De politiek gaat niet om waarheid, de politiek gaat om haalbaarheid. Als in die haalbaarheid de waarheid een redelijk belangrijke rol speelt dan is dat mooi meegenomen maar het kan ook zonder. ook het bestaan van wettelijke en juridische ge- en verboden m.b.t. de natuurbescherming, en de dierenbescherming in het bijzonder, bewijst dus niet het gelijk van de dierenbescherming, maar hoogstens de wenselijkheid van bestuurlijke regelingen hieromtrent.
(Mei 1998)

 

Interessant betoog over het goed-enkwaad-vrije karakter van de natuur. De een zijn waardenvrije dood is de ander zijn waardenvrije brood. 

En de mens maar denken dat hij er iets van kan begrijpen…

In de openingszin wordt 3 miljard jaar onwikkeling aangenomen.  

Uit het werk van Mary Higby Schweitzer blijkt dat de wetenschappelijke zekerheden over die ontwikkeling nog geenszins vaststaan.

Onderzoek naar dinosaurusfossielen toont aan dat ze hoogstens een paar duizend jaar oud zijn. 

En nee, ik heb geen religieuze reden voor deze opmerking. 

Hmm, bij de eerste link die je aantreft als je haar naam googlet kom je bij een artikel waarin staat dat Schweitzer zélf, toch behoorlijk gelovig, niet eens gelooft dat die botten maar een paar duizend jaar oud zijn.

 

Hoe interessant haar vondst ook is, het blijft uiteindelijk toch een unicum, en zolang dat zo blijft is het waarschijnlijker dat er toevallig een handjevol botten wat beter dan normaal bewaard zijn gebleven dan dat onze dateringsmethoden zoals C14 niet kloppen.

Als je eens naar ‘Vroege vogels’ luistert, dan druipt het heilige der natuur ervan af. Het is inderdaad een seculiere religie, die als het tegenzit nog wel eens zeer onwetenschappelijk kan worden. Ja, tegenwetenschappelijk zelfs. Men wil de ontwkkeling van het leven, zoals dat zich de afgelopen 3,5 miljard jaar heeft afgespeeld volgens het principe: ‘van het één komt het ander’, stopzetten.

Wat voor puinhoop de 6 tot 9 miljard mensen er ook van gaan maken, als we ons eens in gedachten voorstellen een moment in de tijd over 10 miljoen jaar. Dan zal de aarde wemelen van het leven met soorten die wij nu niet kennen en ook een heleboel wel. De mens zal daar niet bij zijn. Wij zijn een groot zoogdier, met een gemiddelde levensverwachting van 2 miljoen jaar. Homo sapiens is nog zeer jong, maar onze evolutie staat ook niet stil en vermoedelijk zullen we onszelf op grote schaal verdampen of wegblazen. Het maakt voor de biosfeer van de aarde allemaal niet uit.

Dit lezende komt bij de gedachte op dat het begrip biodiversiteit (wat dit ook moge zijn) de metafoor is voor ‘intrinsieke waarde’ van de natuur ofwel de afgod van de natuurbeschermers. Immers aan het begrip wordt het goed en kwaad van de natuur afgewogen. Hoge priesters van de natuurbescherming bepalen wat goed en kwaad is. Voortdurend wordt hel en verdoemenis gepredekt opdat de ‘gelovigen’ maar braaf de portemonnee blijven trekken en zich de grillen van de natuurbeschermers laten welgevallen.

Nieuw commentaar posten

De inhoud van dit veld is privé en zal niet publiekelijk getoond worden.