Op de nieuwe Vara website Joop.nl kreeg WereldNatuurFonds-directeur Johan van de Gronden als ‘opiniemaker’ (?) de gelegenheid (hier) om in te gaan op de ‘uitstervingscrisis’ die er volgens hem gaande is en waar we te weinig oog voor hebben. Hij baseerde zich daarbij op het laatste rapport van de IUCN, de International Union for the Conservation of Nature (hier) die als een autoriteit op dit gebied geldt. Van de Gronden meldt dat er in het verslagjaar maar liefst 16 diersoorten van de planeet zijn verdwenen.
Slecht nieuws? Nou daar valt nogal wat op af te dingen.
Van de Gronden zegt helaas niet welke dieren het loodje hebben gelegd en in de IUCN persberichten wordt alleen een pad genoemd. Welke diersoorten zijn er nu precies uitgestorven, zo vraag ik het IUCN hoofdkwartier in Cambridge (UK)?
De dienstdoende persofficier weet het ook niet en moet hogerop gaan informeren. Zo hoor ik (zie hier) dat er geen 16 diersoorten zijn uitgestorven, maar 11 en omdat er ook weer diersoorten toch niet uitgestorven bleken te zijn is uiteindelijk de lijst met uitgestorven diersoorten gestegen van 869 naar 875. Dus met zes diersoorten.
De meest glamoureuze van het span is een pad, de Tanzaniaanse ‘Kihansi Spray Toad’; de overige 10 zijn Polynesische boomslakken.
Vooral het verhaal van de ‘Kihansi Spray Toad’ is interessant. Van dit dier waren er enkele jaren terug nog maar liefst 17.000, maar ze zijn allemaal verdwenen. Door de mens? Ja door de mens. Door de aanleg van een stuwdam (met Europees en Amerikaans ontwikkelingsgeld) teneinde de Tanzanianen van elektriciteit te voorzien. De uitsterving van het dier werd al lange tijd verwacht (zie hier) maar het is blijkbaar niet gelukt om m te redden. Is dat erg? Helaas geeft de WNF-directeur geen antwoord op de vraag welke afweging hij nu maakt: duurzame energie voor de Tanzanianen of de overleving van padden (die overigens nog wel leven in dierentuinen)? Dat is uiteindelijk toch waar het om gaat. Als er gekozen zou moeten worden (en daar was hier blijkbaar uiteindelijk sprake van) dan zouden wij toch voor de elektriciteitsvoorziening kiezen. Mensen gaan voor.
De overige uitstervingen betreft dus Polynesische boomslakken, maximaal 2 cm grote dierkens. Ze zouden opgevroten worden door een andere slak die op zijn beurt door mensen is geintroduceerd om een plaag te bestrijden.
Maar curieus genoeg blijkt uit het IUCN-rapport dat niet alle uitstervingen definitief zijn. Sommige soorten blijken bij nader inzien helemaal nooit bestaan te hebben en andere worden weer herontdekt. In dit verband noemt het IUCN ook weer enkele Polynesische slakken.
Tot zover de berichtgeving over de ‘uitstervingscrisis.’

Het ‘recht’ komt enkel van mensen zelf. In de natuur bestaan geen wetten. Dus als je hebt hebt over wie de mens het ‘recht’ heeft gegeven om diersoorten uit te laten sterven (wat niet eens een doel was van het aanleggen van bijvoorbeeld die stuwdam) dan is mijn antwoord: de mens zelf.
Een ecosysteem is niet zo zwak als u denkt. Het einde van de dinosauriërs betekende niet het eeuwige einde van biodiversiteit. Soorten komen en gaan en de enige reden dat u zich daar druk over maakt is omdat u het via internet toevallig leest. Het verdwijnen van die padden en slakken heeft voor mij geen merkbaar verschil opgeleverd.
Deze padden woonden op een gebiedje van 2 hectare, hun uitsterven had ook makkelijk het gevolg van een aardbeving of overstroming kunnen zijn. Uitsterven is normaal. 99% van de diersoorten die er ooit op aarde zijn uitgestorven waren dat voor dat de mens ontstond. Wij zullen ook ooit uitsterven. Is het de plicht van de konijnen en de aalscholvers om dat te voorkomen?
Natuurlijk hebben wij geen ‘recht’ om een dier uit te laten sterven, maar ook geen ‘plicht’ om dat te voorkomen. Wie zou dat recht moeten geven? Wie zou ons die plicht moeten opleggen? God? Heeft die email?
Die rechten en plichten bestaan alleen tussen sommige oren. De mens is de enige diersoort die zich zorgen maakt over andere diersoorten…. dat wil zeggen: als ons kostje gekocht is, als het met ons verder wel snor zit.
Deze padden zijn de prijs van de Tanzaniaanse vooruitgang. Als ze, dankzij deze centrale een paar centen kunnen verdienen, hun buikje rond kunnen eten en wat meer tijd over hebben, dan zul je zeker zien dat er ergens een Tanzaniaan een paddenreservaat begint en zo een stukje van het verleden probeert te herstellen. Hij zal dat presenteren als een ethische opdracht, maar er gebeurt dan niet anders dan wat je ziet als een kat met een halfdode muis speelt: hij heeft gewonnen en klooit nog een beetje met zijn slachtoffer. Als hij heel rijk en dekadent is zegt-ie zelfs dat-ie houdt van dat slachtoffer (kijk naar de vermogens die in Nederland aan dierenvoedsel worden uitgegeven) en hem wil redden van uitsterven. Dat maakt de triomf compleet: niet alleen rijk en comfortabel te leven, maar ook nog heerser over leven en dood, Master of the Universe. Dat zijn we natuurlijk niet, maar het is de typische delusie van iemand die denkt dat de strijd voorbij is.
Nieuw commentaar posten